Help! Mijn konijn verliest veel haar

Help! Mijn konijn verliest veel haar

We zijn weer in die tijd van het jaar… Het prille begin van de lente. Ook jouw konijnen voelen dat. Misschien merk je dat hun vacht plots massaal begint los te laten en dat er overal plukjes haar verschijnen. Hun lichaam bereidt zich voor op warmere dagen en dat merk je meteen. Misschien zie je ook kleine gedragsveranderingen bij jouw konijnen. Ja hoor… de lentekriebels zijn weer in het land!

De rui bij konijnen vindt plaats onder invloed van de verandering in weersomstandigheden. De dagen worden langer, het is lichter, de zon zendt meer UV-straling uit, en ook de luchtvochtigheid verandert…

Al deze factoren zorgen ervoor dat er specifieke hormonen worden aangemaakt in het lichaam van het konijn, zelfs bij konijnen die geholpen zijn. Deze hormonen zetten het verharingsproces van de ondervacht in gang: de dikke wintervacht maakt plaats voor een zomervacht.

Concreet betekent dit dat de onderharen van konijnen minder dens worden. Dit proces start meestal tussen februari en april en kan een hele tijd duren voor het volledig voltooid is. De verharing verloopt namelijk in fases. Als elke fase gelijktijdig zou voorkomen, zou het konijn tijdelijk kaal worden. Dat kan natuurlijk niet.

Eigenlijk verharen konijnen continu. Voornamelijk de andere haarsoorten: de grannen- en bijharen, worden continu vernieuwd. Dit valt echter veel minder erg op dan de verharing van de ondervacht, die we de seizoensrui noemen.

Niet elk konijn is hetzelfde, dat weet je inmiddels wel. Het is dan ook niet verrassend dat we dus ook duidelijke verschillen zien in (seizoens)verharing. De grootste verschillen zien we tussen de verschillende rassen: normaalharigen, langharigen, leeuwenkopjes… Zo zijn er langharige konijnen die wel seizoensverharing hebben, zoals de teddy. Maar er bestaan ook langharige rassen met een doorlopende verharing, zoals angorakonijnen. Normaalharigen kunnen dan weer een extra dikke ondervacht hebben net boven hun staart, wat extra aandacht vereist tijdens de seizoensverharing.

Ook de leeftijd van een konijn kan een rol spelen. Oudere konijnen hebben vaak wat meer moeite met vlot verharen. Zij kunnen zich bijvoorbeeld niet altijd even goed wassen of hebben meer moeite met het aanmaken van de hormonen, vitaminen of extra energie, die nodig zijn om vlot te verharen. Soms hebben ook zij dus extra ondersteuning nodig.

Daarnaast speelt ook de huisvesting een rol. Denk hierbij bijvoorbeeld aan binnenkonijnen. De weersomstandigheden binnenshuis zijn uiteraard anders dan buiten, waardoor de verharing wat in de war kan raken.

Ook andere factoren, zoals al dan niet geholpen zijn, gezondheid, voeding, enzovoort hebben een invloed op de verharing.

Als je je konijnen af en toe observeert, weet je dat zij veel aandacht besteden aan hun hygiëne. Konijnen houden zichzelf graag schoon en zijn zo’n 3-4 uur per dag bezig met zichzelf (of hun maatje) te wassen!

Tijdens de seizoensverharing kan dit ervoor zorgen dat zij zo een enorme hoeveelheid haar binnenkrijgen. Haar in het maagdarmstelsel van konijnen is normaliter geen probleem. Tijdens de rui kan de hoeveelheid haar echter sterk toenemen, waardoor het in deze grote hoeveelheden het wel problemen kan opleveren. Konijnen die een gevoelig darmstelsel hebben, zelf erg klein zijn, of zichzelf/hun maatje enorm veel wassen, kunnen hierdoor verstopping ontwikkelen.

Daarom is het uiterst belangrijk om de darmen van je konijn extra te ondersteunen vlak voor en tijdens seizoensverharing. Op die manier help je verstoppingen voorkomen. Dit kan je best doen door in de voeding extra omega 3, prebiotica en vezels te voorzien.

Omega-3-vetzuren hebben een ondersteunende rol bij ontstekingsprocessen in het lichaam. Ze dragen bij aan een gezonde darmomgeving, stimuleren de darmflora en helpen zo om lichte ontstekingsreacties in het maagdarmkanaal te temperen. Daarnaast spelen omega-3-vetzuren ook een belangrijke rol in de gezondheid van huid en vacht. Een goede omega-3 balans stimuleert het vlot verharen en aanmaken van nieuwe vacht.

Prebiotica zijn voedingsstoffen die de goede darmbacteriën voeden. Konijnen zijn echte vezelverteerders en hun darmgezondheid hangt sterk af van een stabiele darmflora. Door prebiotica aan te bieden, ondersteun je de bacteriën die helpen bij een goede vertering. Een evenwichtige darmflora zorgt ervoor dat de darmbewegingen goed blijven verlopen, wat helpt om haar en voedsel vlot door het spijsverteringsstelsel te laten passeren.

Vezels stimuleren de darmbeweging (peristaltiek) en zorgen ervoor dat de inhoud van het maagdarmkanaal goed blijft doorstromen. Vezels nemen namelijk water op en doordat de brij opzwelt tegen de darmwand, wordt de darmstuwing gestimuleerd. Tijdens de rui is dat extra belangrijk, omdat de vezels helpen om ingeslikte haren mee door het spijsverteringsstelsel te transporteren. Een voeding rijk aan verschillende soorten vezels ondersteunt dus rechtstreeks een gezonde darmwerking.

Een eenvoudige manier om de darmen van je konijn tijdens de rui te ondersteunen, is het gebruik van CuniBioom. CuniBioom is een zeer vezelrijk, natuurlijk prebioticum met een zeer gunstige omega 3 verhouding.

Je kan CuniBioom eenvoudig over het voer geven. Strooi het droge poeder bijvoorbeeld over groenten, of meng het met water zodat je konijn het als een brij kan opeten. Indien nodig kan je het ook met extra water mengen om het met een spuitje toe te dienen. Tijdens de verharing geef je best ongeveer 2 theelepels poeder per dag.

Werk je liever met losse voeding, ga dan voor de Energy Mix in combinatie met kruiden, takken en eventueel bladeren, verse groenten/kruiden of grassen en omega-3 rijke zaden.

Soms merk ik dat de verharing bij bepaalde konijnen niet erg vlot verloopt. Ze lijken de rui maar niet door te komen of krijgen overal last van vervilting: klitten van de ondervacht die moeilijk loskomen. Ook dan is extra ondersteuning een grote meerwaarde. Zeker binnenkonijnen kunnen hier last van krijgen, omdat de omgevingsfactoren binnenshuis minder variëren. Sommige konijnen blijven daardoor bijna continu verharen, terwijl bij anderen de verharing plots stopt om daarna opnieuw te beginnen. Opmerkelijk genoeg zie ik dit minder bij konijnen die ooit buitenkonijnen waren, maar nu binnenkonijnen zijn. Het lijkt wel alsof dit in hun eerste levensjaar/jaren wordt vastgelegd.

Een vlotte verharing ondersteun je zowel inwendig als uitwendig. De inwendige ondersteuning gebeurt via aangepaste voeding, zoals hierboven beschreven. Uitwendig gaat het vooral om vachtverzorging.

Voor erge vervilting is het verstandig om een konijnentrimmer te raadplegen. Zelf kan je wel losse haren verwijderen door 2 keer per dag met vochtige handen je konijn te aaien, of een geschikte vachtborstel te gebruiken. Vraag hiervoor advies bij een trimmer.

Let op: losse plukken haren trek je nooit zomaar uit! Konijnen zijn prooidieren en verliezen dus ook hun goede vacht extra snel bij druk. Hun vacht is erop aangepast dat bijvoorbeeld tijdens het vluchten van een roofdier geen haar vast komt te zitten in takken of bladeren: de haren lossen dus bij weerstand. Wanneer je zelf plukken haar gaat uittrekken, kan je onbedoeld ook haren verwijderen die nog niet klaar zijn om uit te vallen. Hierdoor kan het natuurlijke verharingsproces verstoord raken, met als gevolg dat de rui net moeilijker verloopt.

De rui is voor een konijn een intens proces. Verharen tegen zo’n hoog tempo en het aanmaken van hormonen kost veel energie voor het konijn en brengt hun lichaam ook in een vorm van stress. Het is dus niet ongewoon dat je tijdens deze periode gedragsveranderingen opmerkt. Sommige konijnen lijken plots erg hongerig, terwijl andere wat prikkelbaarder of chagrijniger worden.

Indien je dit opmerkt, of als je konijn hierdoor gewicht verliest, is het raadzaam om de energie tijdelijk lichtjes te verhogen. Bijvoorbeeld door extra brokjes bij te geven (max. 5 g/kg lichaamsgewicht), een handje vezelrijke kruiden (bv. Energy Mix) of een portie CuniBoost.

Seizoensverharing is niet het enige wat we bij konijnen zien gebeuren in het voorjaar. Ook op hormonaal vlak kan er heel wat veranderen. Veel konijnen krijgen namelijk last van de typische lentekriebels.

Tijdens deze periode kan je verschillende gedragsveranderingen opmerken. Denk bijvoorbeeld aan territoriaal gedrag, het opnieuw bepalen van de rangorde binnen een koppeltje of groep, of konijnen die plots erg actief of wat onrustiger zijn. Door deze hormonale invloeden kan de band tussen konijnen soms even wat wankeler worden. Daarom is het verstandig om je koppeltje of groep in deze periode extra goed in de gaten te houden.

Probeer concurrentie zo veel mogelijk te vermijden door beschutting te voorzien met minimaal 2 uitgangen, strooi voer over de grond in plaats van voerbakjes te gebruiken. Op die manier krijgen alle konijnen voldoende ruimte en kansen, wat helpt om spanningen binnen de groep te verminderen.

Je aanmeldingen is mislukt. Probeer nog eens.
Je inschrijving is gelukt!

Ontvang de laatste updates en kennis van The Pet Expert.

Welk hooi is het beste?

Er bestaan tegenwoordig zoveel soorten hooi, dat je soms door het bos de bomen niet meer ziet. Timotee hooi, weidehooi, kruidenhooi…, de lijst is eindeloos. Ik merk dat eigenaars vaak met de handen in het haar zitten en zich afvragen: Welk hooi is nu het beste? Wat moet ik kopen? En de grootste frustratie is meestal: Wat als mijn konijn een specifieke soort hooi niet wil eten? Is mijn konijn dan ongezond? 

Konijnen zijn echte fijnproevers! Ook zij hebben bepaalde individuele voorkeuren voor wat ze eten. De ene verkiest hooi met fijne zachte stengels, een andere kauwt zich helemaal gek op grof, stevig hooi. 

Het belangrijkste om te weten is dat hooi mee de basis vormt voor een gezonde spijsvertering, maar wat in eerste instantie ‘het beste hooi’ lijkt, is niet automatisch de beste keuze voor jouw konijn. 

Als je met konijnen samenleeft, weet je waarschijnlijk al dat hooi een onmisbaar onderdeel is van hun voeding. Konijnen zijn herbivoren en eten van nature voornamelijk grassen en kruiden. Hooi is niets anders dan gedroogd gras. Door gras te drogen, blijft het lang houdbaar en kunnen we onze konijnen het hele jaar door voorzien van de vezels die ze nodig hebben. Want eerlijk: de meesten van ons hebben geen weide vol geschikte wilde planten in de tuin. 

Hooi is veel meer dan alleen “knabbelmateriaal”. Plantmateriaal is de motor van hun hele spijsvertering. Grassen bevatten namelijk een aanzienlijke hoeveelheid vezels. Die vezels zijn essentieel voor het konijn. Hun spijsvertering is volledig aangepast op het verteren van vezels, die ze bijzonder efficiënt kunnen omzetten naar energie. Deze energie hebben ze nodig om te leven, te groeien, te bewegen en simpelweg konijn te zijn. 

De lange, grove vezels in hooi zorgen ervoor dat de darmen blijven bewegen. Deze beweging, ook wel darmperistaltiek genoemd, duwt de voedselbrij stap voor stap door het spijsverteringskanaal. Zo kan het voedsel verteerd, verwerkt en uiteindelijk uitgescheiden worden. Wanneer een konijn weinig of geen vezels binnenkrijgt, kunnen de darmen vertragen tot zelfs stilvallen. Darmen die stilliggen zijn ontzettend gevaarlijk voor konijnen. Het deels verteerde voedsel dat aanwezig is zal dan gisten en fermenteren, waarbij gas vrijkomt. Gas en verstopping is niet alleen ontzettend pijnlijk voor konijnen, maar ook levensgevaarlijk. 

Naast de grove vezels, bevat hooi ook nog fijnere vezeldeeltjes. Deze spelen een andere, maar minstens even belangrijke rol. Ze vormen de voedingsbron voor de miljarden goede bacteriën die in de blindedarm van het konijn leven (het darmmicrobioom). Deze bacteriën helpen bij het vrijmaken van voedingsstoffen en produceren onder andere vitaminen en aminozuren. Die waardevolle voedingsstoffen worden verpakt in blindedarmkeutels, ook wel caecotrofen genoemd. Dit zijn zachte, voedzame keutels die het konijn rechtstreeks uit de anus opnieuw opeet. Op die manier krijgt het konijn voedingsstoffen binnen die anders verloren zouden gaan. Hooi voedt dus niet alleen het konijn zelf, maar ook zijn darmmicrobioom, en die samenwerking is zeer belangrijk voor een gezonde spijsvertering. 

Niet alleen draagt hooi bij aan een gezond maagdarmstelsel van het konijn, het bevordert ook gebitsslijtage. De tanden en kiezen van konijnen groeien hun hele leven door. Door het langdurig en intensief kauwen op vezelrijk hooi slijten ze op een natuurlijke manier af. Wanneer een konijn te weinig hooi eet, of onvoldoende structuur moet kauwen, kan dit leiden tot gebitsproblemen zoals haken, scheefslijtage en pijn. 

Wij konijneneigenaren hebben het allemaal al eens meegemaakt. Je staat in de dierenwinkel, het tuincentrum of bij de lokale boer, kijkend naar rijen vol hooizakken. Grote zakken, kleine zakken. Met kruiden, zonder kruiden. Fijn, grof, bergweide, timotee… De keuze lijkt eindeloos. En daar sta je dan, met een duidelijke missie: hooi vinden dat gezond is voor je konijn en dat het ook echt wil eten. Alleen voelt dat vaak minder eenvoudig dan het zou moeten zijn. Ik begrijp maar al te goed dat je je overweldigd voelt door al die opties.  

Misschien heb je al verschillende soorten hooi geprobeerd. Misschien staat er thuis nog een halfvolle zak waar nauwelijks van gegeten wordt. En op een bepaald moment denk je misschien: “Mijn konijn lust gewoon geen hooi.” Toch is er in de meeste gevallen meer aan de hand. Geen enkel hooi is hetzelfde, en konijnen kunnen verrassend duidelijke voorkeuren hebben.  

Daarom neem ik je graag mee langs een aantal hooisoorten die je vaak in winkels tegenkomt. Door deze vergelijking te maken, kan je de verschillen beter begrijpen. Zo wordt kiezen welk hooi bij jouw konijn past een stuk makkelijker. 

Timotee hooi is een veelgebruikt hooitype voor volwassen konijnen. Het heeft een ruwe structuur die het ras typeert. We gaan hier later in de blog dieper op in. 

Weidehooi is geen ras op zich. Het wordt verkregen van op een weideveld waar ook natuurlijke onkruiden de kans krijgen om te groeien. Het is een echt natuurproduct. Daarom kan het hooi sterk verschillen in kleur, structuur, smaak en voedingswaarde. Doorgaans is het een prima hooitype voor het doorsnee konijn. 

Versgrashooi is gras dat in droogovens wordt gedroogd, in plaats van alleen in de buitenlucht zoals bij klassiek hooi. Hierdoor blijven de kleur en de voedingsstoffen beter bewaard en wordt het vervolgens doorgaans graag gegeten door konijnen, zelfs de selectieve eters. Echter, vanwege het hoge gehalte aan voedingsstoffen en energie is het minder geschikt voor konijnen met overgewicht.

Luzerne is, in tegenstelling tot de meeste andere hooisoorten, geen gras maar een vlinderbloemige plant. Daardoor verschilt het ook duidelijk in voedingswaarde. Luzerne bevat meer eiwit dan grassen en heeft vervolgens een zachtere structuur. Veel konijnen accepteren het daarom sneller, zeker konijnen die wat selectiever zijn en gewoon weidehooi laten liggen. 

Door dat hogere eiwitgehalte wordt luzerne vaak aangeraden voor jonge, groeiende dieren. Toch raad ik aan om luzerne niet als enige hooisoort te geven, maar eerder als aanvulling op klassiek grashooi. Grashooi blijft namelijk de beste basis voor een evenwichtige voeding op lange termijn. 

Een belangrijk aandachtspunt bij luzerne is het calciumgehalte. Luzerne bevat relatief veel calcium, waarvan een groot deel niet kan worden benut door het lichaam. Het overschot moet via de urine uitgescheiden worden. Dit kan op termijn bijdragen aan de vorming van blaaszand. Grote hoeveelheden van dit hooitype worden daarom afgeraden. 

Timothy hooi wordt vaak naar voren geschoven als het standaardhooi voor volwassen konijnen. Maar waarom? Wat is timotee eigenlijk? En betekent dit automatisch dat het ook voor elk konijn de beste keuze is?  

Timothy is simpelweg een grassoort, afkomstig van timoteegras (Phleum pratense). Net zoals andere grassen kan het gedroogd worden tot hooi. Wat timothy onderscheidt, is zijn typische samenstelling en structuur. Het staat bekend om zijn relatief hoge gehalte aan structurele vezels en zijn stevige, stugge halmen. Die structuur zorgt ervoor dat konijnen langer moeten kauwen, wat niet alleen bijdraagt aan een goede gebitsslijtage, maar ook de werking van het spijsverteringsstelsel. 

De grove vezels zorgen voor een goede darmvulling en stimuleren zo de darmperistaltiek. Dit helpt om de spijsvertering actief en stabiel te houden. Tegelijk bevat timothy over het algemeen minder eiwit en calcium dan bijvoorbeeld luzerne. Om die redenen wordt timothy vaak naar voren geschoven als het standaardhooi voor konijnen. Toch kan ook timothy een kanttekening hebben. Ik neem je graag mee in de eigenschappen van timothy, zodat je dit mee kan nemen in de keuze voor jouw konijnen. 

De kwaliteit van hooi kan sterk verschillen. Om een onderscheid te maken, kan je beroep doen op je eigen zintuigen en gezond verstand. Het is belangrijk dat je kiest voor hooi dat stofarm is. Stof kan namelijk zorgen voor irritatie van de slijmvliezen en luchtwegen. 

Ook de geur is een belangrijke indicator voor de kwaliteit. Kwalitatief hooi hoort fris en natuurlijk te ruiken. Bij een muffe geur gooi je het hooi best onmiddellijk weg. Dit kan wijzen op schimmel en is schadelijk voor de gezondheid van je konijn. Meestal zullen ze hier zelf ook niet van eten. 

And last but not least: Voor een konijn speelt de smaak en textuur van het hooi een zeer belangrijke rol. Hoe meer variatie, hoe interessanter ze het vinden en hoe groter de kans dat ze er voldoende van eten.  

Theoretisch gezien eet een konijn 55 gram hooi per kilogram lichaamsgewicht per dag. Dit is een mooie richtlijn, maar ook niet meer dan dat. Konijnen zijn, zoals al eerder vermeld, individuen en hoeveel hooi ze eten hangt sterk af van hun totale voeding en de balans daarin. Bepaalde factoren zoals leeftijd, gewicht, gezondheid, beweging en andere voedingsbronnen spelen ook een belangrijke rol. Neem nu een konijn dat een overmaat aan brokken krijgt: dit konijn zal meestal eerst de brokken opeten, want die zijn lekkerder. Het hooi wordt dan als laatste gegeten omdat het dier geen honger meer heeft. Hierdoor kunnen disbalansen en gezondheidsproblemen ontstaan. 

Mocht je het nog niet gemerkt hebben: wat voor mij het beste hooi is, is simpelweg het hooi dat past bij de behoeften van jouw konijn als individu. Want daar draait het uiteindelijk om. Niet om wat er op de verpakking staat, niet om wat “algemeen” als beste wordt beschouwd, maar om wat jouw konijn nodig heeft en daadwerkelijk eet. 

Mijn belangrijkste vuistregel is dan ook verrassend eenvoudig: het beste hooi is het hooi waar jouw konijn voldoende van eet. Want zelfs het meest perfecte hooi op papier heeft weinig waarde als het niet wordt gegeten. En net zoals wij hebben konijnen hun eigen voorkeuren. De ene houdt van grof en stug, de andere van zachter en gevarieerd hooi. 

Welk hooi het beste is voor jouw konijn, is dus zeker niet zwart-wit. Maar voor het gemiddelde, gezonde konijn vormen de meeste kwalitatieve grassoorten een prima basis. Weidehooi is vaak een goede keuze, onder andere door de natuurlijke variatie in grassen en kruiden, en wordt door veel konijnen goed geaccepteerd. Ook timoteehooi kan een uitstekende optie zijn, op voorwaarde dat je konijn het graag eet. 

Wanneer je konijn specifieke voedingsbehoeften heeft, wordt de keuze iets ingewikkelder. Neem bijvoorbeeld een konijn met een voorgeschiedenis van blaaszand. In dat geval kan het zinvol zijn om verschillende partijen timoteehooi te proberen. Maar als je konijn timotee consequent weigert en bijvoorbeeld wel goed weidehooi eet, dan heeft dat in de praktijk vaak de voorkeur. Voldoende hooi-inname blijft namelijk de belangrijkste factor voor een gezonde spijsvertering. De rest van de voeding kan dan aangepast worden om het totale voedingspatroon in balans te houden. 

Een ander voorbeeld is: konijnen met een hogere energiebehoefte. Voor hen kan een hooisoort met hoge voedingswaarde, zoals versgrashooi, een waardevolle aanvulling zijn. 

Vergeet niet: hooi is en blijft een natuurproduct. Dat betekent dat het nooit exact hetzelfde is. Heel wat natuurlijke factoren beïnvloeden de uiteindelijke voedingswaarde en smaak. Denk aan het weer tijdens de groei, zoals zon, regen en temperatuur, maar ook aan de bodem waarop het gras groeit, het moment van oogsten en de manier waarop het hooi wordt gedroogd en bewaard. Het is dus helemaal niet ongewoon dat een konijn plots anders reageert op een nieuwe zak van “hetzelfde” hooi. Soms wordt het net enthousiaster gegeten, soms wat minder. 

Wat voor mij het allerbelangrijkste blijft, is dat je een hooitype vindt dat je konijn daadwerkelijk en in voldoende hoeveelheid eet. Heb je een konijn dat vrijwel elk type hooi lust? Dan kan variatie en/of afwisseling een mooie meerwaarde zijn. Is je konijn eerder een selectieve eter? Dan ligt de prioriteit ergens anders. Dan is het vooral belangrijk dat je konijn voldoende vezels binnenkrijgt en dat het gebit op een natuurlijke manier afslijt, ongeacht welke specifieke hooisoort dat is. Want uiteindelijk is hooi dat opgegeten wordt altijd waardevoller dan hooi dat blijft liggen. 

Twijfel je of jouw konijn voldoende hooi eet? Of vraag je je af of het huidige hooitype wel goed aansluit bij zijn specifieke behoeften? Dan help ik je daar graag bij. Samen kunnen we kijken naar het volledige dieet en hoe we dit optimaal kunnen afstemmen. Neem gerust contact op via info@thepetexpert.nl 

Je aanmeldingen is mislukt. Probeer nog eens.
Je inschrijving is gelukt!

Ontvang de laatste updates en kennis van The Pet Expert.

Meggie van The Pet Expert

Achter The Pet Expert zit geen groot bedrijf, geen marketingverhaal en geen snelle oplossing, maar gewoon ik. Een konijneneigenaar die ooit zelf met haar handen in het haar zat, een wetenschapper die alles tot op celniveau wil begrijpen, en iemand die al meer dan twintig jaar tussen dieren leeft, leert en probeert het elke dag een beetje beter te doen.

Alles wat ik vandaag doe, van advies tot voedingsproducten, is begonnen vanuit dezelfde eenvoudige gedachte: als we dieren begrijpen, kunnen we zoveel problemen voorkomen. En voor mij begon dat verhaal bij konijnen. Bij dieren die vaak onderschat worden, maar die mij meer geleerd hebben dan eender welke studie ooit had kunnen doen.

Al van sinds dat ik een kind was, kan ik mij geen moment herinneren dat er geen dieren aanwezig waren. Zelfs toen, meer dan 20 jaar geleden, was ik een geboren dierenvriend. Een typisch kind dat liever buiten met haar handen in het gras zat om de omgeving te bestuderen. Ik kon mij echt verliezen in dingen willen begrijpen, van encyclopedieën over dinosaurussen tot het uittekenen van de volledige anatomie van dieren op 9-jarige leeftijd. Mijn doel was telkens om elk detail te kunnen begrijpen.

Dieren waren voor mij nooit gewoon “huisdieren”, maar individuen, persoonlijkheden, dieren met hun eigen wil en hun eigen grenzen en noden. Ergens voelde ik dat intuïtief al heel vroeg aan, nog voor ik daar woorden of wetenschappelijke theorieën voor had.

Ik had al snel door dat de toenmalige manier van konijnen houden – dat typische kleine hok met 2 verdiepen- niet correct was. Ik kon op dat moment mijn visie nog niet onderbouwen met wetenschappelijke kennis, studies of data. Maar als je écht kijkt naar een konijn, dan zie je het gewoon: ze willen rennen, onderzoeken, knabbelen, graven, contact maken, zich veilig voelen, keuzes kunnen maken, en vooral… ze willen niet hun hele leven in een kleine rechthoek doorbrengen.

Dus al snel deed ik mijn eigen ding door ze te trainen, ze los te laten lopen en samen een band op te bouwen. Zo koppig ben ik wel.

Uiteraard heb ook ik fouten gemaakt, zoals elke eigenaar die al doende moet leren. Toch had ik als kind al wel dit inzicht om dieren te observeren en op basis daarvan te beoordelen wat ze nodig hadden. Per individu, in plaats van de standaard te volgen. En dat is één van de aspecten die mij tot op vandaag het meest typeert: ik kijk niet naar “wat hoort”, ik kijk naar “wat werkt”, en vooral naar “wat heeft dit specifieke dier nodig”.

En ik weet dat veel konijneigenaren dat zullen herkennen. Dat moment waarop je denkt: ik heb een handleiding gekregen, ik heb de standaardadviezen gevolgd, en toch voelt het alsof mijn konijn iets probeert te vertellen wat niet in dat standaardplaatje past. Dat gevoel van “er klopt iets niet” is vaak het begin van echte verandering.

Op latere leeftijd begon ik te merken dat de standaarden nog niet zo heel veel veranderd waren voor deze dieren. Soms beland je echter in een tunnelvisie. Je denkt: bij mij gaat het goed, dus het zal wel oké zijn. Je ziet namelijk niet altijd hoe het er buiten jouw bubbel aan toe gaat. Tot het moment dat je verder kijkt, andere verhalen hoort en in asielen komt. Tot het besef dat konijnen nog steeds als “makkelijk huisdier” worden beschouwd.

En dat begon bij mij steeds harder te wringen. Hoe meer ik keek, hoe meer ik zag dat konijnen verkeerd begrepen worden, dat hun gedrag verkeerd geïnterpreteerd wordt, dat kennis vaak tekortschiet, dat voeding soms als bijzaak wordt gezien. Daardoor missen ze op zoveel manieren de kans op een kwaliteitsvol leven.

Door zelf konijnen te houden, botste ik ook op de beperkingen in de beschikbare kennis. Zowel op medisch als gedragsmatig vlak merkte ik op hoe schaars de kennis is rond konijnen, of beter gezegd: er is wel informatie, maar die is vaak versnipperd, verouderd, of gebaseerd op aannames. Als je een konijn hebt met een bepaald probleem, een koppeling die niet goed verloopt of een konijn met een aanhoudende darmproblematiek, dan heb je niets aan algemene tips. Dan is er nood aan inzicht, aan onderbouwing en aan iemand met kennis en ervaring die mee kan nadenken.

Ik ben een type persoon dat niet bij de pakken blijft zitten. Als een ander mij niet kan helpen, dan zorg ik zelf voor een oplossing. Daarin kan ik echt ver doorzetten, want dan wil ik echt alles over het onderwerp weten. Ik wil begrijpen hoe iets werkt en ik ben ontzettend leergierig.

Dus ben ik mij intens gaan verdiepen om mijn eigen konijnen te helpen. Niet via dokter Google, maar via wetenschappelijke databanken die ik tot mijn beschikking had. En dat is ook iets wat ik vandaag nog zo belangrijk vind: er circuleert zoveel “goedbedoelde” info online, maar bij konijnen (en zeker op het vlak van voeding en gezondheid) kan dat “goedbedoelde” net het probleem zijn. Het geeft een vals gevoel van zekerheid, met soms grote gevolgen.

En voor je het weet botst een collega of vriendin op problemen met zijn/haar konijnen en krijg je de vraag of je eens wil meekijken. En dan nog iemand. En nog iemand. Helpen zit nu eenmaal in mijn natuur, zowel voor mens als dier, dus natuurlijk zeg ik volmondig JA.

Al sinds mijn tienerjaren hielp ik in dierasielen als vrijwilliger. Op een gegeven moment ben ik overgestapt van ‘algemene’ asielen naar asielen effectief gespecialiseerd in konijnen. Daar leerde ik ontzettend veel. Niet alleen over konijnen zelf, maar ook over mensen, over de realiteit, over hoe snel iets mis kan lopen wanneer er ergens een schakel ontbreekt in kennis of begeleiding.

In asielen zie je alles. Je ziet koppelingen die fout lopen (en hoe heftig dat kan zijn). Je ziet medische problemen die te laat worden opgemerkt. Je ziet medische nazorg die niet klopt. Je ziet konijnen die als “onhandelbaar” bestempeld worden, terwijl ze in werkelijkheid gewoon bang, pijnlijk, gestrest of totaal onbegrepen zijn. Je ziet gewichtsschommelingen omdat de voedingsstandaarden niet helemaal stroken met wat het individu nodig heeft. En dat zie je ook in huis, bij je eigen konijnen. Althans, dat was bij mij toch zo.

Je ziet eigenaars in twee uitersten: mensen die de zorg niet meer aankunnen, en mensen die álles doen voor hun konijn, maar gewoon niet de juiste kennis hebben om de puzzel te leggen. Ik ken dat gevoel van machteloosheid als eigenaar. Been there, done that. Het gevoel dat je met je handen in het haar zit en niet weet wat doen.

Ik heb een groot hart voor alle dieren, maar bij konijnen voelde ik echt dat de kennis en de verzorging ervan enorm achterstond. Daar kon ik niet mee leven, want mijn liefde en passie voor deze dieren is groot. Voor mij voelde het dan ook als: als niemand het doet, moet ik het doen. Deze dieren verdienen zoveel beter, ze verdienen een stem.

Konijnen zijn zo’n bijzondere combinatie: zachtaardig, gevoelig, slim, sociaal, … Maar tegelijk zijn het prooidieren, waardoor ze net veel subtieler communiceren dan bijvoorbeeld een hond. En dat maakt dat ze vaak verkeerd gelezen worden.

En van het een kwam het ander. Naast veel verdieping heb ik ook de opleiding konijndeskundige afgerond en talloze bijscholingen gevolgd. Tegelijk bleef ik ervaring opdoen met mijn eigen dieren, maar ook in asielen en overal waar ik kon helpen. Niet omdat een diploma een vereiste was, maar omdat ik altijd op zoek ben naar meer inzicht, meer nuance, meer kennis en meer ervaring.

Dit aspect komt voort uit mijn andere grote passie, namelijk wetenschap en mijn onverzadigbare leergierigheid. Mijn dagelijkse job draaide om onderzoek binnen voeding, diervoeding en technische toepassingen, waardoor mijn kennis rond biochemie en biologie zeker uitgebreid was. Ik ben afgestudeerd als biotechnologe, en ook hier gaat mijn liefde voor wetenschap terug naar mijn kindertijd. Aangezien biotechnologie zo’n brede kennisbasis biedt, was dit voor mij de perfecte keuze.

Onbewust begon ik mijn kennis als voedingswetenschapper te linken aan mijn passie voor konijnen. Dat ging helemaal vanzelf. Als ik iemand hoorde praten over vers gras voor konijnen, linkte ik dit aan de analyses van gras die we zelf hadden uitgevoerd en dacht ik na over hoe dit zich vertaalde naar een organisme. Daar viel de biochemie en het functioneren van een lichaam volledig op zijn plek.

Hoewel dit voor mij vanzelfsprekend was, werd die kennis door mensen rondom mij met konijnen erkend. Dat was een belangrijk moment: ik begon te beseffen dat wat ik “gewoon logisch” vond, eigenlijk iets is waar veel mensen naar op zoek zijn. Iemand die voeding niet ziet als een simpel lijstje (hooi, groenten en pellets), maar als een complex samenspel dat rechtstreeks invloed heeft op het hele lichaam, op gedrag, op herstel en op het welzijn van het dier als geheel.

Voeding doet veel meer dan dat wij er waarde aan hechten in de maatschappij. En zeker voor een dier dat de ‘eerste’ voedingsbron eet, namelijk de pure plant. Konijnen zijn letterlijk gebouwd rond fermentatie, rond vezels, rond een darmstelsel dat tegelijk kwetsbaar en briljant is. En toch behandelen we voeding soms alsof het “een bijzaak” is, terwijl het net de basis is.

Ik begon te beseffen dat ik over meer kennis beschikte dan er momenteel beschikbaar was in de konijnenwereld, maar vooral dat eigenaren en professionals net op zoek waren naar deze kennis. Al snel kreeg ik best veel vragen rond voeding en vanzelfsprekend ging ik hier helpen waar ik kon.

Het volledig besef kwam toen ik via mijn bijberoep en rol als pleeggezin voor asielen konijnen in huis kreeg die veel zorg nodig hadden. Pas toen voelde ik echt hoe waardevol deze kennis kan zijn in de praktijk.

Toen merkte ik dat alles wat ik nodig had om die dieren te kunnen helpen, gewoonweg niet (specifiek) voor hen bestond. De beschikbare middelen waren niet geschikt of bestonden niet. Vaak ging dit dan over voeding en supplementen.

Als je dan zo’n konijn aankijkt, een dier dat al zoveel heeft meegemaakt, dan is opgeven geen optie. Dus toen zat er voor mij maar 1 ding op: het zelf gaan maken in mijn keukentje. En dat werkte. Niet meteen perfect, maar het werkte. Ik zag wat het deed, en bleef verbeteren, keer op keer, net zolang tot ik er honderd procent tevreden mee was. Daar ontstond, toen nog onbewust, The Pet Expert.

De fundering van een heel aantal producten bestond dus al jaren voor The Pet Expert, meer bepaald de producten ervan, bestonden. Dat wil ook zeggen dat de producten die ik ontwikkeld heb, stuk voor stuk gebaseerd zijn op cases waar ik zelf mee in aanraking ben gekomen in de praktijk. En dat is ook waarom ik zo hard geloof in wat ik doe: het is geen theorie, geen verzonnen concept, maar iets dat voortkomt uit echte dieren, echte situaties, echte noden.

Ik heb alle kanten van het verhaal gezien, van de volledige cyclus. Ik ben zowel betrokken en ervaren eigenaar, als een ambitieuze voedingswetenschapper. Ik ken de mooie kanten van de wetenschap, maar ook de beperkingen ervan. Als asielvrijwilliger zie ik de verhalen van mensen die de zorg voor hun dieren niet meer aan kunnen. Anderzijds vang ik ook konijnen op van eigenaren die alles voor hun konijn doen, maar waarbij het gebrek aan kennis de zorg belemmert. Ik begrijp de medische wereld, maar ook de natuurlijke kant zoals het herborisme. Alles draait om samenwerking.

Als je enkel wetenschapper bent, zie je vaak maar één kant van het verhaal. Dan zoek je naar oplossingen binnen je eigen kennis en expertise. Zo ontstaat het risico dat je belemmerd wordt door je eigen tunnelvisie. Ik heb bewust gekozen om me niet te laten belemmeren. Om voor meer open te staan en verder te kijken. Ik kijk breed, maar niet vaag. Ik ben open, maar niet goedgelovig. Ik combineer praktijkervaring met wetenschappelijke onderbouwing.

Daarnaast heeft ook mijn eigen gezondheid mij geleerd hoe belangrijk voeding is voor mens en dier. Hoeveel je er mee kan voorkomen op gezondheidsvlak, maar ook de levenskwaliteit kan verbeteren en soms zelfs genezen. Dat is geen magisch verhaal en ook geen “one size fits all”, maar het is wel een realiteit die ik zowel professioneel als persoonlijk heb leren respecteren. Voeding is geen detail, het is de fundering waarop alles steunt.

Je kan mij een beetje zien als de tussenpersoon die de brug kan maken tussen wetenschap en praktijk. Eén ding is zeker: ik ben nooit uitgeleerd.





Je aanmeldingen is mislukt. Probeer nog eens.
Je inschrijving is gelukt!

Ontvang de laatste updates en kennis van The Pet Expert.